Diederik Stevens

Articles


Dublin: liters literatuur

We waren in Dublin. Tijdens de taxirit vanaf het vliegveld naar het centrum bestond de welkomsttraktatie uit mysterieuze, valszonnige vergezichten op helgroene heuvels. Natuurlijk afgewisseld met slagregens. Iers, dus.  De doelen van ons bezoek waren allereerst zoon Philippe, die er woont, en proeven van de literaire taart die Dublin is. Geen enkele stad heeft per slot van rekening al vier winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur voortgebracht. William Butler Yeats, George Bernard Shaw, Seamus Heaney en Samuel Beckett, u weet wel.En dan hebben we het dus niet eens over de twee veruit bekendste literaire ‘kinderen van de stad’, Oscar Wilde en James Joyce. De vraag dringt zich op: waar zit de magie van Dublin?

Philippe bewoont een gerieflijk maar peperduur appartement. Dublin herbergt namelijk, behalve P, nog vele duizenden andere woonlustige millennial-expats, allen al betrekkelijk well-to-do want werkend voor de daar (tax driven)gevestigde, succesrijke internationale IT-reuzen. De leuze onder al deze ambitieuze jongens en meiden luidt: work hard, play hard.

Dat ‘playen’ snappen we intussen goed, geen plek ter wereld met een dergelijk hoge pubconcentratie als het pittoreske Dobblin (zoals de Dubliners zelf het uitspreken). Het straatbeeld? Pub, slagerij, pub, groenteboer, pub. Dat idee. Een van die vele kroegen – bijna alle nog gehuld in authentiek eind 19de eeuws decor – is The Duke.  Gezeten aan een verse pint Guinness, werden we daar door een kelner geattendeerd op de literary pub crawl, een toeristisch wandeltochtje langs een aantal pubs met een belangwekkende literaire geschiedenis. (Kaliber: op die barkruk zat Piet, Klaas dronk hier altijd me zus en Kees at daar meestal me zo.)

Zelf ben ik meer van hors-piste, dus besloten we (ik) op zoek te gaan naar een uit 1850 stammend drogisterijtje waarvan ik had gelezen dat James Joyce er wekelijks zijn citroenzeepje kocht. Zou het pandje nog bestaan? Een dergelijke triviale wetenswaardigheid zal mijn metgezellen trouwens jeuken, maar mijn belangstellingsstoornissen werden dit keer gedoogd. Via de doorweekte hoofdstraat van Dublin (Grafton Street) en langs Trinity College belandden we uiteindelijk op de afgelegen Lincoln Place, op huisnummer 1.  Mijn ogen glinsterden, de druggist bestond nog.  Sweny, stond er in gouden letters op het geveltje. Wij naar binnen. Tegen de muren, tot aan het plafond, wankelden volle en vermolmde medicijnkasten. Het rook er naar vergruisde hoestpastilles en trekzalf. Achter de toonbank ontwaarden we een oude, bewegingsloze, in witte apothekersjas gestoken pillendraaier. Wit vlassig haar omzoomde zijn bleke gezicht. (Wij moesten denken aanAart Staartjes.) Hij stond er bij als een gestold anachronisme. En er klonk geroezemoes. Achter enkele vitrines bleken op krukjes vijf bebrilde, bloedeloos gekapte literatuurstudenten van het Trinity College elkaar fluisterend passages uit Ulysses voor te lezen. Of wij ook wilden deelnemen aan deze ‘reading session’, vroeg de man in de witte jas ons zachtjes. Mijn plots sputterende gezelschap had ik kennelijk met eerst de zoektocht en daarna dit wezensvreemde tafereel al tot het uiterste getergd, dus ik sloeg het aanbod beleefd af. We waren wel weer even toe aan een pub. Dat trof, of, welnee, je kon het weten: recht aan de overkant van Sweny bevond zich weer een bar, Kennedy’s. De waard bracht ons schuimloze pints en vertelde dat wij aan  de marmeren tafel zaten waar Joyce en Beckett vroeger met elkaar converseerden of, zo zei hij, afbekten. En, zo ging de barman verder, in de negentiende eeuw was het voorste gedeelte van deze pub in gebruik als grocery, met Oscar Wilde een tijdlang als de werknemer die de schappen ervan bevoorraadde. Onze vaststelling was onontkoombaar: Dublin, niet gebombardeerd tijdens de wereldoorlogen, heeft de trekken van een intact literair openluchtmuseum.

Even terug nog naar die magie. Die is er niet. Onze verklaring voor het relatief grote aantal talentvolle literaten in deze stad is een prozaïsche: drank kietelt de fantasie, ideaal voor romancier en dichter, en drank is er in Dublin in overdadige mate. Maar belangrijker: wat moest je met dat vele pokkenweer daar vroeger anders doen dan zuipen en schrijven?

 

Diederik Stevens, maart 2017

swenyx